Dodenherdenking? Op het moment dat je een nieuw shirt koopt, is een minuut stilte wel zo gepast. Want ondanks het feit dat grote kledingmerken zoals Primark hebben beloofd de nabestaanden van de honderden mensen die onder het puin van de ingestorte fabriek van hun producenten in Bangladesh bedolven raakten te compenseren – een keurig gebaar –  kunnen ze beter eisen dat hun werknemers voortaan niet meer hoeven te vrezen voor hun leven.

Het nieuws van het instorten van een textielfabrieksgebouw in Dhaka vorige week woensdag  ging als een beving door de wereld. Het feit dat de fabrieksarbeiders gewoon door moesten werken, terwijl de fabriekseigenaren al op de hoogte waren van het instortingsgevaar, leek een scenario uit een horrorfilm. Maar dat niet alleen: de ramp maakte op schokkende wijze duidelijk hoe bedroevend slecht het met de arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie gesteld is.

Opgedragen gevaar

Men weet niet hoeveel mensen er precies in het gebouw waren toen het instortte, maar de vele kledingbedrijfjes hadden in totaal ruim 30.000 mensen in dienst.  Gisteren werd bekend dat het vijfhonderdste omgekomen slachtoffer inmiddels is geteld, en ook vandaag zijn er nog lichamen geborgen. Dat textielarbeiders vaak slecht betaald worden – soms nog geen 30 euro per maand –, lange werkdagen moeten draaien, nauwelijks vakantie hebben en vaak niet eens naar de WC kunnen, was helaas al bekend. Ook dat er in de werkruimten vaak geen nooduitgangen te vinden zijn, werd duidelijk na een brand in een Bengaalse fabriek eind vorig jaar. Maar dat werknemers ook nog gedwongen worden hun leven te riskeren wanneer scheuren in de muur een teken aan de wand vormen, was nieuw. Hoe kon zoiets gebeuren?

Tegen alle regels in waren er op het dak van de fabriek vier generatoren geïnstalleerd, die na een stroomuitval opnieuw moesten worden opgestart. De trillingen die dat gaf, zorgden samen met die van de duizenden naaimachines voor de instorting.  Ook had de pandeigenaar, in samenwerking met de ingenieur, illegaal drie verdiepingen extra laten bouwen. De dag voor de instorting zag hij de scheuren in de muur en vroeg om een inspectie. De ingenieur adviseerde een evacuatie van het pand, en ook de politie  drong hier op aan, maar de pandeigenaar deed niets. De fabriekseigenaren verplichten hun personeel de volgende dag gewoon aan het werk te gaan. Uit voorzorg werd wél alle inboedel weggehaald.

Mensenrecht

In Bangladesh werken ongeveer 3,6 miljoen mensen in de kledingindustrie. De laksheid van bedrijven en het ‘op waarde’ schatten van het leven van een arbeider doet vermoeden dat niet alleen in de hoofdstad, en zelfs niet alleen in dat land, miljoenen mensen dagelijks in dodelijke arbeidsomstandigheden verkeren. Om over het schrikwekkende aantal zelfdodingen onder medewerkers in Aziatische IT-fabrieken nog maar te zwijgen.

Wij van Young & Fair laten ons deze verschrikking niet in de koude kleren zitten. Veilig werken is wat ons betreft een mensenrecht. Wij willen eerlijke, gelijke en veilige arbeidsomstandigheden voor elke werknemer overal ter wereld. Wij willen dat onze kleding niet besmeurd is met bloed van een omgekomen naaister die voor nog geen euro per dag achter een machine moest zitten terwijl het dak, en daarmee haar wereld, instortte. Wij willen internationale afspraken hiervoor en toezicht hierop. Wij willen schone kleren.

 

Silvia Roukens, 6 mei 2013

 

http://youtu.be/GPGtxr8lJUo