Iedereen kent Rwanda: van de gorilla’s, maar ook van een vreselijke genocide in 1994. Minder mensen kennen tweelingbroer Burundi: hoewel geen gorilla’s, minstens zo rijk aan flora en fauna. Nog minder mensen weten dat Burundi een minstens zo gewelddadig verleden heeft. Sinds 2006 is het officieel vrede, maar helaas bewijst de dagelijkse realiteit in Burundi dat vrede een rekbaar begrip is. Ik duik als antropoloog in opleiding drie maanden in het leven van kinderen in Burundi in de hoop een klein beetje bij te kunnen dragen aan de inzichten die nodig zijn om de vrede te bevorderen. Maar als Young & Fair blogster kijk ik natuurlijk ook naar andere dingen!

Een beetje natuurbehoud.

De geur van houtvuurtjes, houtskoolhandeltjes aan de kant van de weg en stoepjes voor een bar geplaveid met flessendopjes. Zomaar een greep uit de dingen die ik dagelijks tegenkom tijdens mijn verblijf in Rutana, Burundi. Daar ik me in Nederland regelmatig bezighoud met duurzaamheid en eerlijke handel, valt het me hier eens te meer op dat de gemiddelde Burundees daar minder bewust mee bezig is.

Voor mijn onderzoek breng ik veel tijd door op basisscholen. In één van de gesprekken vertelde een zestienjarige achtstegroeper mij dat hij zo van de natuur houdt en dat hij een hekel heeft aan mensen die de natuur kapot maken. Ik begrijp dat maar al te goed, want de natuur is hier ook prachtig. Als ik met de bus door het land reis geniet ik met volle teugen van het uitzicht op de rijst-, thee- en koffievelden, huisjes omringt met bananenbomen, bonen- en maisplanten en de vele struiken vol kleurige bloemen. Je moet er dan ook wel dagelijks een fikse, gemiddeld twee uur durende regen- en onweersbui voor over hebben. Terwijl ik dit opschrijf schiet ik uit mijn stoel vanwege een donderklap die nog wel even zal doorpiepen in m’n oren.

Op de markt lopen kinderen rond die voor mensen met iets meer geld de tassen naar huis dragen voor een klein bedrag

De Burundezen leven van het land. Meer dan tachtig procent van de bevolking is afhankelijk van hun eigen voedselproductie. Hier geen megastallen: koeien, schapen en geiten wandelen gewoon langs de kant van de weg en snoeien meteen de berm even. Iedereen weet hoe je gewassen moet verbouwen, oogsten en verwerken.

Mooi vloertje.

Mooi vloertje.

Anderzijds wordt er ook veel vervuild. Als in een bar mijn flesje Fanta geopend wordt dan blijft het dopje gewoon liggen waar het neerkomt, wat resulteert in een vloer van dopjes in en om de bar. Mannen die ervan houden om hun etiket van hun bierflesje af te pulken en schieten dat vervolgens zo door de ruimte heen, of ze nou binnen of buiten zitten. Ook al het andere afval laat men makkelijk uit handen vallen. In het begin keek ik er nog raar van op als ik ineens een prop papier bij m’n voeten zag neerkomen. Inmiddels ben ik het gewend en voel ik me bijna ‘anders’ als ik een papiertje in mijn zak stop. Al het afval op straat maakt dat drukbevolkte gebieden er vaak niet fraai uitzien.

Iedereen kookt op houtvuur. Hoewel ik in een voor Burundese begrippen heel duur hotel woon, dat er mooi en luxe uitziet aan de buitenkant, leidt de achterdeur naar een minder luxe ogende keuken waar op houtskool wordt gekookt. ’s Avonds ruik ik aan de geur die overal hangt omdat een gemiddeld huishouden dat ook zo doet. Toen ik onlangs rond etenstijd vanuit de bergen per bus de hoofdstad in het vizier kreeg, hing er een dikke laag smog overheen.

Afval op straat en nog in de fik ook.

Afval op straat en nog in de fik ook.

Wat betreft eerlijke handel… Veel vrouwen vertrekken ’s morgens naar de markt met een enorme mand fruit of groente op het hoofd, al dan niet met een baby op de rug. Daar verkopen ze hun zelf verbouwde producten aan de lokale bevolking en de sporadische Mzungu (blanke) mag natuurlijk net iets meer betalen. Hoe het zit met de omstandigheden waaronder thee en koffie, de enige exportproducten van Burundi, worden verbouwd, weet ik niet, maar deze handel op de markt lijkt mij aardig eerlijk. Helaas is er toch ook een onderdeel van het proces wat niet klopt. Op de markt lopen kinderen rond die voor mensen met iets meer geld de tassen naar huis dragen voor een klein bedrag. Zij doen dat in de pauzes van school of zelfs de hele dag, als er thuis toch niets te eten halen valt. Een handel die standaard door kinderen lijkt te worden gedreven is de handel in gekookte eieren, als je wilt met een snufje zout, en in pinda’s. Wat de twee met elkaar te maken hebben, ben ik nog niet achter, maar je kunt ze altijd beiden bij dezelfde persoon kopen. Kinderarbeid is hier geen uitzondering: veel kinderen werken in het huishouden, en dan bedoel ik niet hun eigen huishouden, of op het land.

Veel producten uit België en dus veel Belgisch afval.

Veel producten uit België en dus veel Belgisch afval.

Burundezen zijn zich zeer bewust van de waarde van hun land. De grootste ruzies tussen families en buren gaan over welk stukje land van wie is: een buurman die telkens zijn grens een stukje opschuift of een vader die zijn grond niet eerlijk onder zijn zoons verdeeld. Land is schaars in het kleine Burundi. Toch wordt er niet altijd op een duurzame manier omgegaan met dat land of met de kinderen die in de toekomst uit dat land moeten gaan halen wat er in zit. Maar hoe kan dat ook, als je elke dag nog bezig bent met overleven? Als je niet weet of je je kinderen morgen wel te eten kunt geven, dan ben je niet bezig met of ze over tien jaar ambtenaar, politieman of arts willen worden. Als je niet weet of je vanavond wel kunt eten, word je geen vegetariër, omdat dat beter is voor het milieu. Als je toch al geen geld hebt, kun je ook niet consuminderen. Ik realiseer me eens te meer in wat voor een luxe positie ik me bevind in Nederland, waar ik me wel met dit soort dingen bezig kan houden. Sterker nog, ik vind dat ik het verplicht ben aan landen als Burundi: wij zullen voor de problemen die onze consumptiepatronen op den duur opleveren wel weer een oplossing vinden, maar het zijn vaak de landen als Burundi die dan naast het net vissen. Dus stop ik m’n papiertje toch gewoon in mijn zak, al ben ik de enige. En straks terug in Nederland blijf ik bewust bezig met een duurzamere en eerlijkere levensstijl.

Wil je meer lezen over mijn verblijf in Burundi? Lees dan hier m’n blogs!