Ik ben gek op kleding. Ik noem het heel corny mijn ‘tweede huid’ alias ‘de uiting en het verlengstuk van mijn identiteit’. Eigenlijk ben ik altijd op zoek naar kleding. Het zit in mijn achterhoofd wanneer ik boodschappen doe: ‘Oe, even kijken of dat leuke stippeljurkje er nog hangt”. Er is een overschot aan kleding, het is overal verkrijgbaar, wat het soms heel lastig maakt de bewuste consument te zijn die ik wil zijn. Gelukkig ben ik gezegend met voorlichting.

Gebruik je koopkracht
Diepe verontwaardiging en walging werden bij mij opgeroepen door het filmpje over sweatshops, zeer arbeidsonvriendelijke fabrieken waar mensen zich doodwerken op onze kleding, dat ik in het eerste jaar van de modeacademie te zien kreeg. Wat ben ik blij dat ik het heb gezien, dat ik weet wat er speelt in de wereld en dat ik met dat besef mijn koopkracht kan gebruiken op een manier die de wereld als geheel ten goede komt. Dat klinkt wollig, maar laat me het uitleggen: een manier waarop ik plezier heb, de mensen die het kledingstuk gemaakt hebben ook (denk aan een fair loon, goede arbeidsomstandigheden en waardering) en het milieu  niet te lijden heeft gehad (geen dode vissen, ademhalingsproblemen voor de omgeving, gifwater en dergelijke). Klinkt niet gek, toch?

Reduce, reuse, recyle
Ik surf Marktplaats af op zoek naar een tweedehands stippenjurkje, zodat, als het kwaad van de productie ervan eenmaal geschied is, het jurkje niet op de vuilnisbelt belandt en de arbeid niet voor niets is geweest. Zoals Jack Johnson in zijn blije Hawaii-shirt zingt: ‘reduce, reuse, recycle’.  Liever koop ik eerstehands van fabulous ecomerk People Tree, dat bio fairtrade katoenen stippeljurkjes verkoopt, maar helaas heb ik daar de poen niet voor. Ik vraag me dan altijd af of het echt zo werkt dat als iedereen en masse biokleding zou kopen, het betaalbaarder zou worden. Het lijkt me van wel en dat zou zo mooi zijn.