Er is een nieuwe winkel geopend in Amsterdam. Indrukwekkend wel. Zeven verdiepingen hoog, 8287 vierkante meter groot en 96 kassa’s tellend. De winkel staat voor veel voor weinig. Het is een magische plek. Je gaat naar binnen voor één T-shirt en komt naar buiten met een tot de rand gevulde tas. Thuis weet je eigenlijk niet meer zo goed wat je met al deze spullen aan moet. Je bergt het op in je kast en tijdens de grote lente schoonmaak komt het weer tevoorschijn met het kaartje er nog aan.

Mijn shirt

Ik heb een shirtje van deze keten in mijn kast. Het aantal draagbeurten is gelinkt aan het succes van het Nederlands elftal, dus veel heb ik hem niet aan gehad. Er staat ‘Holland’ op gedrukt, en vele Nederlandse vlaggetjes. Hij doet nu dienst als pyjama. Ik probeerde op het labeltje te ontdekken waar het gefabriceerd was, een gewoonte die ik sinds enige tijd ontwikkeld heb. Maar de tekst was verwassen. Toch is er iemand geweest ver hier vandaan die met zijn of haar handen dit T-shirt heeft gemaakt. In mijn verbeelding zie ik een vrouw, of nee een meisje nog, achter een naaimachine. Zou zij het T-shirt ook bedrukt hebben? Wat zou ze dan gedacht hebben bij het zien van de Nederlandse vlaggetjes? Weet ze überhaupt iets van ons land, of is het een soort onwerkelijke Utopia? Kan ze zich voorstellen dat er een land bestaat waar men zoveel behoefte heeft aan nieuwe kleding, dat er een winkel meer dan 100 keer zo groot als haar werkplaats geopend wordt om in deze behoefte te voorzien?

15241149_1239280316130460_7174381233544682996_n
Ervaart zij onrecht omdat ze voor een paar cent arbeid moet leveren zodat wij voor een spotprijs onze koopdrang kunnen bevredigen? Of is dat nou eenmaal haar werkelijkheid? En is ze eigenlijk blij werk te hebben dat ervoor zorgt dat haar familie geen al te erge honger hoeft te lijden? De verhoudingen in de wereld zijn zo scheef dat het moeilijk is het recht te zien. Wat ik wel kan doen is mij bewust zijn van haar inspanning en van de prijs die zij betaald heeft voor het voorzien in onze behoeften. Misschien heb ik wel helemaal niet zoveel nodig. Misschien wil ik wel iets wat langer meegaat dan een jaar.

Het krioelt al van de mensen in dat magische kledingparadijs. Primark tassen overspoelen straks het straatbeeld. Massa verdrijft individualiteit. Ik ben er wel klaar mee, al die spullen.