Fair door het leven_graphic_pensioen

In de blogreeks “Fair door het leven” nemen we elke maand een levensfase met je door en we laten je zien hoe je die op een beetje eerlijke en duurzame manier kunt overleven. De studententijd hebben we gehad, net als de duurzame vakantie. Daarna gingen we zo eerlijk mogelijk aan het werk en volgde een duurzame verloving. Van het een komt het ander: hoe zorg je nu zo eerlijk mogelijk voor een baby? Als je dat dan allemaal achter de rug hebt – oké, we maken een flinke sprong – dan kun je met pensioen! 

We zijn natuurlijk niet voor niets Young & Fair en we kunnen ons het dus helemaal voorstellen als je nog niet echt bezig bent met je pensioen. Dat geldt ook voor mij: ik krijg elke maand een soort tijdschrift van m’n pensioenfonds en af en toe een brief met zogenaamd pensioennieuws. Ik heb eigenlijk nooit het gevoel dat het over mij gaat, laat staan dat ik er iets mee moet doen. Maar als jonge, bewuste wereldburger is niets minder waar. Al dat geld dat voor ons gespaard wordt voor later: wat gebeurt daar in de tussentijd eigenlijk mee?

Even kort: hoe werkt dat eigenlijk, pensioen? In Nederland bestaat ons pensioen uit drie pijlers, zoals dat heet. De eerste is de AOW, de tweede is de pensioenopbouw via de werkgever en de derde bestaat uit aanvullende pensioensverzekeringen. Een AOW krijg je altijd: iedereen die in Nederland woont of werkt bouwt AOW op en de hoogte daarvan wordt automatisch aangepast aan het minimumloon. Daarnaast bouw je pensioen op bij een pensioenfonds door te werken. Zowel de werkgevers als werknemers betalen premies aan pensioenfondsen, die dit geld beleggen. Als je uiteindelijk met pensioen gaat betalen de pensioenfondsen jou een pensioen uit wat bovenop je AOW komt. Dan zijn er nog lijfrentepolissen, levensverzekeringen en koopsompolissen. Dit zijn een soort fiscaal aantrekkelijke spaarrekeningen waarmee je extra pensioen kunt opbouwen tijdens je werkende leven, zodat je er later iets rianter bijzit of eerder met pensioen kunt.

pensioen-loesjeOndanks dat veel Nederlanders er dankzij ons pensioenstelsel warmpjes bijzitten op hun oude dag, is er ook kritiek. Een bekend probleem is dat het stelsel gebaseerd is op de situatie van een aantal decennia geleden en dat het inmiddels achterhaald is. Zo is het gebaseerd op het solidariteitsprincipe: degenen die nu werken, betalen voor de pensioenen van de huidige gepensioneerden, en als wij met pensioen gaan zal dat betaald worden door degenen die dan werken. Maar er werken nu veel minder mensen dan toen en er is ook een groeiend aantal ZZP’ers en bedrijven die niet aangesloten zijn bij pensioenfondsen. Zij sparen op een andere manier voor hun oude dag. Ook de vergrijzing draagt er aan bij dat er nu meer pensioengerechtigden zijn, maar minder mensen die de pensioenen weer aanvullen.  Mooi dus, zo’n solidair systeem, maar niet houdbaar op de langere termijn.

Daarnaast is er natuurlijk de al eerder gestelde vraag: wat gebeurt er in de tussentijd met ons geld? Om de premies betaalbaar te houden en gepensioneerden toch een goed pensioen te kunnen uitbetalen is de rente van een spaarrekening niet genoeg. Daarom beleggen pensioenfondsen de premies in aandelen, obligaties en in private beleggingen. Helaas zijn die investeringen niet altijd even ethisch verantwoord. Van oudsher werden investeringen voornamelijk beoordeeld op financieel rendement en werd er niet zo kritisch gekeken naar hoe die winst behaald werd. Zo wordt er ook geïnvesteerd in bijvoorbeeld wapenhandel en de winning van fossiele brandstoffen. Gelukkig worden we ons de laatste jaren steeds bewuster van het belang van duurzaamheid en eerlijke handel en dus krijgen pensioenfondsen hier ook steeds meer vragen over. Volgens de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) zijn het ABP, het Bedrijfspersioenfonds voor de Landbouw en het Pensioenfonds Zorg en Welzijn goed bezig. Deze grote pensioenfondsen streven naast financiële winst ook een maatschappelijke rendement na, door te investeren in bedrijven die actief iets doen aan bijvoorbeeld klimaatverandering, waterschaarste of de verbetering van de volksgezondheid.

Stel lastige vragen aan je werkgever, bel je pensioenfonds, maar praat er ook met elkaar over

Nadeel is dat je in Nederland niet kunt kiezen voor een pensioenfonds: je sector en werkgever bepalen bij welk pensioenfonds je terecht komt. Wat dat betreft kan Nederland nog wel een voorbeeld nemen aan andere landen in de wereld die goed voor hun pensionado’s zorgen. In Chili bijvoorbeeld zijn er zes grote pensioenfondsen waar de Chilenen tussen mogen kiezen. Pensioen wordt opgebouwd op een individuele rekening en je mag zelf aangeven of je wilt dat het pensioenfonds veel (met kans op veel rendement) of weinig (met kans op iets minder rendement) risico neemt in de belegging van dit geld. Ook in Australië kunnen mensen zelf kiezen welk pensioenfonds, beleggingsinstantie of verzekeraar hun pensioen beheert. Zo is er bijvoorbeeld Australian Ethical, een fonds dat bepaalde bedrijven vermijdt en andere juist uitkiest om hun negatieve of positieve impact op de wereld. Ook zijn er fondsen waar je zowel kunt aangeven hoeveel risico je wilt dat het fonds neemt bij de investering van jouw geld als in hoeverre de bedrijven waarin geïnvesteerd wordt duurzaam en eerlijk moeten handelen.

studiekosten_shutterstock_5Zolang het Nederlandse pensioenstelsel nog niet zo in elkaar zit kunnen wij deze keuze nog niet maken. Kunnen wij als simpele burgers dan niets doen? Natuurlijk wel: vragen stellen! Stel lastige vragen aan je werkgever, bel je pensioenfonds, maar praat er ook met elkaar over. Hoe meer individuen en bedrijven zich bewust worden van wat er met ons pensioengeld gebeurt nadat je het via de premie hebt afgestaan en voor je het als pensioen weer op je rekening ziet verschijnen, hoe meer pensioenfondsen ook geneigd zullen zijn iets te veranderen.

Dus je pensioen is misschien toch niet zo’n ver-van-je-bedshow als je altijd dacht: lees dat blaadje eens, verken de site van je pensioenfonds en wie weet, in een gekke bui, bel ze eens op!