Op 23 februari organiseerde Young & Fair een levensechte simulatie ‘eerlijk handelen’, waaraan 15 geïnteresseerde jongeren deelnamen. In deze simulatie kon je als echte bananenhandelaar, kledinglabel, plantage-arbeider of kritische klant aan tafel gaan met alle belanghebbenden in de handels- en productieketen van een product. Uitgangspunt was een situatie waarin niets eerlijk is. Net als in het echte leven…

Geleidelijke verandering
De deelnemers werden opgesplitst in twee groepen en kregen ieder een willekeurig rol toebedeeld. In de eerste groep werd gespeeld dat de Schone Kleren Campagne (SKC) de stakeholders uit de kledingbranche op het matje had geroepen. In ‘het echt’ brengt de SKC sinds 1989 verschillende organisaties samen, om de arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie te verbeteren. De SKC probeert modelabels te overtuigen om kleding te verkopen waar een eerlijke prijs voor wordt betaald en waarbij de arbeiders goed behandeld worden. Ook wil ze de consument bewust maken en overhalen om eerlijke kleding te kopen of daarnaar te vragen.

Maar dat die onderhandelingen voor eerlijke kleding vaak lastig zijn, daar kwamen de jongeren al snel achter. Ieder had vanuit hun rol andere belangen. Zo was je als kledingmerk bang om geen geitenwollensokkenimago te krijgen, of afnemers kwijt te raken. Hogere lonen geeft hogere productiekosten en dus lagere winstmarges voor de investeerders. Retailers kunnen dan minder met prijzen stunten. Daarentegen zou een duurzame kleding misschien juist extra goed kunnen kopen – de aan de tafel aanwezige ‘klant’ had er wel oren naar. Uiteindelijk besloten de deelnemers om dit te testen door middel van een pilot. Met één fair trade kledinglijn zou dan eerst gekeken kunnen worden hoe winstgevend de duurzame lijn was. Veranderingen moeten geleidelijk gaan, leek de grootste conclusie.

Belangen in de bananenindustrie
De tweede groep was door een fictieve Max Havelaar bijeen geroepen. De situatie de geschetst werd, was die van de plantage-arbeider die ziek werd van alle gifstoffen waarmee hij in aanraking kwam. Hij moest bovendien 18 uur per dag werken en verdiende daar bar weinig voor. Max Havelaar, die dit wilde veranderen, kreeg steun van de kleine winkeliers die dat een goede zaak vonden en zich dacht te kunnen profileren op de verkoop van eerlijke bananen. Ook de consument schrok van de feiten. Echter, alleen als de fairtrade bananen niet fors duurder zouden worden, zou hij ze willen kopen. Bananenbedrijf Dôle was daarom niet van plan de prijzen te verhogen om de plantage-arbeiders een eerlijk loon te kunnen verschaffen. Onder druk van de aandeelhouders wist Max Havelaar ze echter toch in een deal te wringen. Als Dôle de standaardprijs van al haar bananen met een miniem percentage verhoogde, zou het bedrijf 20% van de bananen fairtrade kunnen leveren en daar nog winst op maken ook.

Behalve kleding en bananen zijn er uiteraard nog talloze andere producten die eerlijker geproduceerd kunnen worden. Zo staat Nederland in de Top 5 van landen die de meeste koffie drinken. “Koffie is wereldwijd het grootste exportproduct na olie, waar 25 miljoen boeren afhankelijk van zijn,” vertelt Dennis Iseger, secretaris bij Young & Fair. “Hierdoor zijn er niet alleen grote economische belangen bij gemoeid, maar ook de lonen van vele mensen”.

Simulatie Levensecht Eerlijk Handelen, Vrijwilligerscentrale Utrecht

Debat met PJO’s
Na het spel was er nog ruimte voor een debat. Onder de deelnemers bevonden zich afgevaardigden van PJO’s DWARS, PINK! en PerspectieF. Zij gingen met elkaar in discussie over verschillende fairtrade-stellingen. Zal over 15 jaar alle handel eerlijk zijn? Moeten fairtrade producten ook biologisch zijn, en andersom? Moet er één label en één definitie van fairtrade zijn, of zijn er varianten mogelijk? En moet de EU stoppen met het voeren van een protectionistisch handelsbeleid en het verschaffen van subsidies aan haar Europese boeren zodat andere landen ruimte krijgen voor hun markten?

Karin van DWARS en Pablo van PINK! waren het erover eens dat er op Europees niveau meer geregeld moet worden. Oneerlijke handelsbarrières moeten opgeheven worden en er moeten Europese afspraken over een eenduidig labelsysteem gemaakt worden. “De consument moet niet teveel na hoeven te denken, dat wil hij niet,” meende Pablo. PerspectieF-voorzitter Jeroen zag graag ook een cijfers op de verpakking verschijnen met een duurzaamheidsrating.

Van lapmiddel naar norm
Fairtrade is nu nog een lapmiddel, maar het zou de norm moeten worden, vonden de meeste deelnemers. Landbouwsubsidies kunnen daarom beter aan verduurzaming van de voedselketen worden uitgegeven. Nu is het handelsspeelveld voor ontwikkelingslanden nog oneerlijk. We leven in een marktsamenleving, maar de overheid kan wél ingrijpen, bijvoorbeeld tegen slavernijtoestanden. “Fairtrade is geen gunst, geen ontwikkelingshulp. Het is rechtvaardigheid, we zijn het moreel verplicht!” stelde Pablo ten slotte.

Bekijk de foto’s van de simulatie bij ons fotoalbum.