In 2012 woonde ik een halfjaar in Gaziantep, een stad in Zuidoost-Turkije. Vele dingen waren anders dan in Nederland, maar meest verbazingwekkend vond ik dat zoveel kinderen aan het werk waren. Jongens, velen niet ouder dan 15, liepen met een grote zak op hun rug langs de vuilnisbakken in de hoop waardevol afval te vinden. Andere kinderen werkten in winkels en restaurants of verkochten op straat waterflesjes aan voorbijgangers. In een land waar 18,1% van de bevolking onder de armoedegrens leeft, hebben veel gezinnen de extra inkomsten van hun kinderen hard nodig. Toen ik aan een jongen aan wie ik les gaf vroeg waarom hij zijn huiswerk niet gemaakt had, antwoordde hij: “Omdat ik moest werken.” Sommige klasgenootjes knikten instemmend, voor hen was het normaal om ’s morgens naar school te gaan en ’s middags te werken. Zij zijn niet de enige, volgens officiële data uit 2007 (de meest recentelijke cijfers) werkt bijna één miljoen Turkse kinderen tussen de 6 en 17 jaar oud op een reguliere basis. De leeftijd waarop kinderen in Turkije legaal mogen werken, is echter 15 jaar en de leeftijdsgrens voor gevaarlijk en zwaar werk ligt op 16

De meeste kinderen (57,1%) werken in de landbouw, voornamelijk in de katoen-, tabaks-, hazelnoot- en suikerbietindustrie. Daarnaast werken kinderen in de tertiaire sector (27,1%) en in fabrieken. Eurasianet, een website die journalistieke artikelen met betrekking op de landen in Eurazië publiceert, plaatste in september 2012 een artikel over kinderarbeid in Turkije. Het artikel noemt de groeiende Turkse economie en grote armoede onder voornamelijk de Koerdische bevolking als belangrijke factoren voor de vele kinderen aan het werk.

In het zuidoosten van Turkije, waar de meeste Koerden wonen, is kinderarbeid een veel gezien fenomeen. In november 2012 zond de NCRV in het programma Altijd Wat een reportage  uit over de Turkse katoenindustrie waarin te zien was dat kinderen vanaf 10 jaar met hun familie het werk achterna reizen. In maart begint de trek naar de katoenvelden en pas na de zomer is het seizoen afgelopen. Dit betekent dat de kinderen een aantal maanden niet naar school gaan. Daarnaast moeten er lange dagen worden gemaakt. In de reportage wordt de 13-jarige Hassan geïnterviewd die vertelt per dag zo’n 14 uur te werken. De elfjarige Zubeyde en haar ouders werken ongeveer 12 uur per dag. De gemiddelde katoenplukker plukt ongeveer honderd kilo katoen per dag en krijgt daar zo’n 27-30 lira (10,5-12,0 euro) voor. Het is een hongerloon waar vele arbeiders niet eens met zekerheid op kunnen rekenen, want een loonafspraak tussen werkgever en werknemer wordt vaak niet gemaakt. Niet alleen op de katoenvelden, maar ook in naaiateliers zijn kinderen aan het werk. Een achttienjarige jongen die achter een naaimachine aan het werk is, vertelt dat hij al vier jaar in het atelier werkt. Eén van zijn collega’s begon al te werken toen ze slechts tien jaar oud was.

De Turkse overheid is zich bewust van de vele kinderen die aan het werk zijn. In 2001 werd de Worst Forms of Child Labour Convention van de International Labour Organization (ILO) geratificeerd waarin strikte eisen gesteld worden aan de minimumleeftijd waarop kinderen mogen werken en de werkzaamheden die ze uit mogen voeren. In januari 2013 gaf minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 90.000 euro aan een project van ILO dat kinderarbeid in de hazelnotenpluk tegengaat. De minister zei trots te zijn op de Turkse overheid die in de afgelopen jaren kinderarbeid met twee derde teruggebracht heeft, maar volgens mevrouw Ploumen “blijven er nog meer kinderen over die op school zouden moeten zitten.”

Het gaat dus de goede kant op voor Turkse kinderen, maar in Gaziantep en vele andere plaatsen in Turkije zal kinderarbeid niet snel verdwijnen. Natuurlijk is het voor kinderen het beste om naar school te gaan en te spelen, maar armoede is wijdverbreid en families hebben het geld dat de kinderen verdienen nodig om te overleven. Licht en ongevaarlijk werk doen na schooltijd is een goede oplossing voor Turkse kinderen en hun families, maar hopelijk hoeven over twintig jaar de kinderen op de school waar ik les gaf ‘s middags alleen nog te spelen en te huiswerk maken.